Rechtspreken, buikspreken, linkspreken, kromspreken, uitspreken en tegenspreken....................
Clientenorganisaties in het familierecht over de kwaliteit van de rechterlijke macht.
in opdracht van het Platform Samenwerkende Cliëntenorganisaties in de Jeugdzorg en het Familierecht. Tekst; Joep Zander.
Niet iedereen
ervaart het recht van het rechtspreken als recht. Andere woorden vallen
makkelijk op de plaats waar "recht" stond. Vooral bij de in het ongelijk
gestelde partij. De logica hiervan maakt echter tevens dat er een neiging kan
ontstaan de kwaliteitsvraag niet meer recht in de ogen te kijken. Zeker bij
zoiets essentieels als het contact tussen kinderen en hun ouders, kan er beter
een keer teveel gekeken worden dan te weinig. De kritiek op het functioneren van
het familierecht komt niet van de cliëntenorganisaties alléén maar ook van
gerenommeerde wetenschappers als Hoefnagels De ouderorganisaties zijn blij dat de mogelijkheid wordt geboden een kritisch stuk te schrijven over de kwaliteit van de rechterlijke macht, en maken daar bij deze graag gebruik van.
Ik begin met enige citaten uit het werkgroeprapport WOPP-S&O (werkwijze en organisatie primaire processen; scheiding en omgang) van de Raad voor de Kinderbescherming.
Al eerder is
vastgesteld dat de juridische procedure alléén, met inbegrip van de adviserende
rol van de Raad voor de Kinderbescherming en de uiteindelijke rechterlijke
beslissing, niet kan beletten, en in een aantal
opzichten zelfs bevordert dat het fundamentele recht van het kind op een
gezonde en even wichtige ontwikkeling en uitgroei naar zelfstandigheid langdurig
en ernstig wordt bedreigd. Een dergelijk, indirect en onbedoeld schadelijk
effect van raadsaktiviteiten is in strijd en onverenigbaar met de
waarborgfunktie van de Raad ten aanzien van de rechten van het kind.
Elders erkent de raad dat, meer dan voorheen gedacht, de gevolgen van scheiding voor het kind veel ernstiger zijn dan vroeger werd overzien. En dat....
De toeeigening
van een monopolie op de opvoedingsverantwoordelijkheid en op het onderhouden van
een relatie met het kind door de ene ouder, met uitsluiting van de andere, gaat
per definitie ten koste van het (toekomstig) belang van het kind. Het bestaan
van een belangenverstrengeling die nadelig is voor het kind, vormt in aanleg een
ernstige bedreiging voor het fundamentele recht van het kind op een gezonde en
evenwichtige ontwikkeling en uitgroei naar zelfstandigheid.
Als dit rapport gelijk heeft, wij vinden van wel, dan zal de rechtelijke macht binnenkort ook onder ogen moeten zien wat zij in de afgelopen decennia heeft laten passeren door kinderen van hun ouders te scheiden.
Hoe sneller dit pijnlijke proces verloopt hoe beter. Daartoe wil ik een aantal heikele punten blootleggen. We moeten de waarheid in de ogen durven kijken. Dat is onze manier om een bijdrage te leveren aan de discussie over de kwaliteit van de rechtspraak.
Waarheidsvinding (linkspreken)
Waarom wordt het
al jaren gewoon gevonden dat in het familierecht zowel in de behandeling van de
individuele zaak
als in de politiek-publieke diskussie
alleen de sociaal-emotionele benadering een rol
speelt? Dikwijls ten koste van de waarheidsvinding. Een sterk staaltje komt van
de president van de rechtbank Almelo
die meende op grond van de vaststelling dat
moeder en in haar kielzog de kinderen de vader als bedreigend erváárt, een
straatverbod te kunnen instellen. Zonder daarbij vast te stellen of er
daadwerkelijk, zoals de moeder beweerde sprake was geweest van
geweld.
Als het ontzeggen van omgang niet meer gebeurt en er slechts kinderbeschermingsmaatregelen of ontzettingsgronden worden gebruikt om een kind bij zijn/haar vader weg te halen is er overigens al heel wat minder onderzoek nodig. In dit kader is het dan ook merkwaardig dat de wetsgeschiedenis zo slecht wordt gevolgd
*Idee: Feitelijke waarheden dienen naast de emotionele waarheden te worden gelegd. Waarheidsvinding en de daarmee gevonden feiten zijn van belang bij een kwalitatief goede beoordeling in het familierecht.
Openbaarheid. (uitspreken)
Openbaarheid van
uitspraken, nauw verweven met waarheidsvinding, ligt besloten in art. 6.1. EVRM.
Uitspraken van de rechter zijn openbaar; privacybescherming doorkruist dat niet.
Artikel 6.1 EVRM
stelt immers uitdrukkelijk de privacybescherming
aan de orde waar het gaat om de openbaarheid van de zittingen (de toegang tot de
rechtzaal) zelf en doet dat net zo opvallend níet waar het om de openbaarheid
van uitspraken gaat. Ook de nationale wet weerspreekt dat de openbaarheid van
uitspraken zou kunnen worden gerelativeerd. De Nederlandse wetgeving (Grondwet
art. 121) en de wetsgeschiedenis
zijn eenduidig en helder. Toch is er tot nu toe
geen rechtbank gevonden die zich in dit opzicht aan de wet houdt.
Geanonimiseerd of
niet; inzage in uitspraken wordt niet gegeven. Dit geldt notabene eveneens voor
uitspraken van klachtencommissies kinderbescherming. Volstrekt zonder enig
argument zijn uitspraken in klachtzaken waarin het gaat om het funktioneren van
een publiek optredend bestuursorgaan, naar de beslotenheid verwezen. Bij de
zittingen wordt geen toeschouwer of persvertegenwoordiger toegelaten, zelfs niet
bij klachten over de klachtenbehandeling van de Raad voor de Kinderbescherming.
Zaken zonder enige privacywaarde.
De angst voor de rechter (buikspreken)
Angst voor de
rechter is een oud verschijnsel dat via een notie van heksenprocessen en
inquisitie diep in het collektieve geheugen geworteld zit. Mensen zijn niet
zozeer bang dat ze straf krijgen voor iets waar ze straf voor verdienen,
uiteindelijk zal gerechtigde confrontatie de gestrafte een spiegel voorhouden.
Angst voor de spiegel is een angst voor zichzelf; niet voor de rechter. Dieper
zit de angst voor de willekeur die in een aantal rechtsgebieden wordt ervaren.
Wat ook diep zit is de angst dat als je een vingertje opheft naar de rechter je
hoofd eraf wordt gemaaid. Ik kan niet meedoen aan die aktie omdat mijn
boedelscheiding nog moet worden behandeld door de rechtbank, was het antwoord
op de vraag of iemand mee wil doen aan een nette aktie waarbij met spandoeken
voor de ingang van een gerechtsgebouw werd gepost. Wij moeten in dit kantoor
nog langer zaken doen met de rechtbank is de reaktie van veel advokaten op een
suggestie tot wraking of klachtindiening. Het uitoefenen van
gezag is opbouwend en is gebaseerd op feitelijke en emotionele inzichten, niet
op overrulen. Het zou dan ook verstandig zijn klacht en wrakingsmogelijkheden in
het algemeen niet uit de weg te gaan. Bijna alle bestuursorganen waarover
geklaagd kan worden
beschikken over
folders ten aanzien van klachtprocedures. De rechter nog niet.
Tot voor kort kwam het ook voor dat rechters
een nevenfunktie hadden bij verenigingen die tot doel hebben het belang van de
vrouw te bevorderen. Op zich is daar niets tegen, vooral niet als het “belang
van de vrouw zo wordt geïnterpreteerd dat zij niet wordt gekluisterd aan
luiers en aanrecht. Het overlaten van de zorg voor kinderen aan vaders blijkt
echter in de praktijk lang niet altijd door moeders als hun belang te worden
gevoeld. Ergo, een politiek correcte formele opstelling kan een daadwerkelijk
niet-emanciperende houding verbergen. Daardoor kan het belang van de vrouw als
rechtspartij als geslachtsspecifiek belang tegenover dat van de man komen te
staan. Kinderrechters die dagelijks omgaan met zaken waar met enige systematiek
mannen en vrouwen tegenover elkaar staan, zouden zich beter verre kunnen houden
van een schijn van belangenverstrengeling in dit opzicht.
Veel kliënten hebben, al dan niet terecht, de indruk dat de Raad voor de Kinderbescherming bijna nooit door de rechter wordt tegengesproken en vice versa. Omdat het voor vaders nu eenmaal bij beide instituten zelden goed uitpakt is dit niet onbegrijpelijk. Wel onbegrijpelijk is dat gezien deze omstandigheid de adviseur van de Raad voor de Kinderbescherming in de meeste rechtszalen een plaats toekomt die niet past bij een adviseur.
*Idee: De Raad voor de Kinderbescherming zou in hogere mate kunnen worden behandeld als een adviseur/getuige dan wel procespartij. Een plaats achter dezelfde tafel als waar de rechtbank zit doet daaraan geen recht. Bij het Hof in Arnhem zit de raad op de achterste rij in de zaal. Het is vanuit hetzelfde oogpunt logisch dat de Kinderbeschermer niet voor of na de zitting met de rechter praat, ergo blijft zitten als partijen de zaal verlaten.
Klachten (tegenspreken) <
Klachten kunnen de ogen openen.Veel rechters en raden ervaren het indienen van klachten echter als een bedreiging; als een vorm van tegenspreken met dezelfde impact als het verstoren van de gang van zaken op een zitting.
Het indienen van
klachten wordt door cliënten dikwijls ervaren als een contraproduktieve
aktiviteit, die naast de primaire procedure erg veel tijd kost. Dit is niet zo
vreemd waar blijkt dat het voorkomt dat dit ook door de beklaagde als
contraproduktief wordt voorgesteld
.
Voor klachten over rechters en Raden voor de Kinderbescherming bestaan klachtenprocedures.Deze zijn gescheiden van de inhoudelijke rechtsgang. Aangezien in het familierecht emoties en subjectieve interpretaties een grote rol spelen en er daardoor willekeur kan ontstaan die niet direkt traceerbaar is, kan een slechte bejegening van een partij door raad of rechter ertoe leiden dat die partij kwaad of verontwaardigd is. Dit nu leidt dikwijls tot een negatieve beoordeling van het ouderschap van die partij. Als er redenen bestaan om te veronderstellen dat er een slechte bejegening heeft plaatsgevonden zou er een snel en doortastend klachtonderzoek moeten plaatsvinden. Hiervoor moet budgettair en qua formatie plaats worden gemaakt.
Op dit moment moet
klachtbehandeling plaatsvinden ten koste van het produktiebudget
van de onder handen zijnde casus; althans zo
blijkt licht de interpretatie te zijn.
*Idee: Klachten over de raad voor de kinderbescherming die worden ingediend voor een zitting waar de resultaten van een raadsonderzoek aan de orde komen dienen met grote spoed te worden onderzocht en vòòr de betreffende zitting te worden afgehandeld. Dit mag niet tot een vertraging leiden, reden waarom extra middelen moeten worden ingezet om de klacht af te wikkelen
Het zou een vooruitgang zijn als diegenen die klachten onderzoeken geen schijn van dubbel-funktie hebben in het proces. Om verwarring te voorkomen zouden leden van klachtencommissies, die tevens rechter of griffier zijn bij rechtbanken waar de primaire procesgang plaatsvindt, moeten kiezen. In navolging van de klachtencommissies jeugdhulpverlening zouden er vertegenwoordigers van cliëntenorganisaties in de klachtencommissies kunnen worden opgenomen.
*Idee: Er zou een strikte scheiding moeten zijn tussen funkties bij klachtencommissies en ambtelijke funkties bij de rechtbank. Betrek cliënten meer bij de klachtbehandeling.
De rechter als probleemoplosser
Rechtspreken is probleemoplossen; als het goed is. Maar de rechter is onvolmaakt; en soms verergert hij het probleem.
Echte wijsheid
vervreemdt niet van de praktijk. Het onderkennen en uitspreken over dilemma’s
kán hand in hand gaan met een uiteindelijk mediërende oplossing. Salomon is een
mooi voorbeeld van een kombinatie van handhaving (het declaratoire aspekt van
het dictum), en gedecideerde wijsheid die bovendien volledig in de sfeer van het
kinderrecht ligt. Dat wil niet zeggen dat het zo goed is dat er elke keer maar
weer een rechter aan te pas moet komen om ouderproblemen op te lossen, maar wel
dat een rechter er is om in een conflikt op een wijze manier de doorslag te
geven. In tegenstelling tot wat veel kinderrechters
beweren is een door de rechter opgelegde regeling
dan geen onding, maar een groot goed. Het valt mij op dat veel rechters veel
praten over het salomonsoordeel maar daar niet altijd het fijne van af
weten
*Idee: Het zou goed zijn om de lezing en interpretatie van het Salomonsoordeel tot onderdeel te maken van de rechtersopleiding. Het gaat daarbij niet zozeer om bijbellezing alswel om het onderzoeken van een archetype van wijsheid die bijvoorbeeld ook aan de orde komt in de versie van het Salomonsoordeel van Berthold Brecht en de kritiek op eigendomsopvattingen over het kind zoals Kahlil Gibran die verwoordde in 'Over kinderen'
Ouders en partners
Dat ex-partners ruzie maken is niet te voorkomen door te zeggen dat ze dat niet mogen. Het cliché-geklaag over ouders die voor de rechter staan te bekvechten duidt meer op een grens aan de capaciteit van de rechter. Als er toch ruzie moet worden gemaakt dan vooral wel in de rechtbank. De schone schijn ophouden heeft weinig nut. Beter kan daar worden geleerd partner- en ouderrelaties uit elkaar te houden. Overigens is het merkwaardig dat rechtbanken die twee zaken zelf slecht uit elkaar kunnen houden. Het komt veel voor dat partijen in het Proces Verbaal worden aangeduid als 'man' en 'vrouw'. Dit forceert mensen in het hokje te gaan staan van ruziënde exen in plaats van coöperatieve ouders. Het onderzoeken van partnergeschiedenissen van ouders kan gevaarlijk zijn binnen een procedure over het ouderschap. Het ophalen van die geschiedenissen kán zin hebben, maar dan toch slechts in een bemiddelend/therapeutisch gesprek.
*Idee: Subjectieve aanduiding van procespartijen zou moeten worden vermeden. Procespartijen zijn op de eerste plaats partij x en y. Ze zouden zeker niet moeten worden geduid met 'man' en 'vrouw'. De aanduiding 'vader' en 'moeder' zou dan meer voor de hand liggen.
Omgangskonflikten worden in het algemeen beschouwd als een bron van negativiteit. Er vallen echter ook allerlei positieve opmerkingen over te maken. Het proces is een onderdeel van een zich ontwikkelende emancipatie en individualisatie. Ooit werd scheiding door de vrouwenbeweging ook benoemd als een mogelijkheid tot positieve ontwikkeling. Die aspekten zitten er zeker in als we de konflikten wat beter en opener zouden benoemen en ze niet over de hoofden van kinderen zouden uitvechten. De individualisatie van het vaderschap kan leiden tot een opwaardering van het vaderschap. Het zou goed zijn als daar de ruimte voor werd gecreëerd. In het belang van het kind. Het belang van het kind bij een ongestoorde autonome relatie tussen kind en vader.
Geschreven voor het
Discussie-congres kwaliteit van de rechtspraak (Stichting Studiecentrum Rechtspleging; S.S.R).
Thema; Gebruikers- en omgevingsgerichtheid.
Bijdrage namens de
werkgroep familierecht
verslag van het congres 25 september 1997 waar deze tekst voor werd geschreven.
![]()
klik hier! >>
Last Updated http://joepzander.nl/trouw.htm :
zie ook de andere pagina's. © siteontwikkeling en beeldrecht Joep Zander
![]()