Een spoor van vernieling
In deze oude stronk zit het beertje in zijn kokertje
In de Kauaeranga valley zijn in het begin van de 20e eeuw alle Kauri's gekapt. Kauri's zijn hele grote bomen met een doorsnee tot wel 4 meter. Dit was een grote aanslag op de natuur in de Nieuw-Zeelandse regio (schiereiland Coromandel. Tegelijkertijd heeft deze vorm van bosbouw vele sporen van civilisatie nagelaten zoals dammen, spoorlijntjes en roestige grote mysterieuze werktuigen. De resten van de kauri's zijn ook merkbaar aanwezig in de vorm van wortelstamdelen en grote pieken van afgebroken bomen. Het is een wonder dat deze overblijfselen zolang konden overleven. De kracht van de Kauri's die nog steeds te bespeuren is was tevens hun zwakte. Ze waren gewoon te goed. Ze overleven nu in houten huizen en meubilair. Nieuwe Kauri's worden aangeplant en groeien op. Maar ze doen er lang over. Dankzij een oudere mevrouw ontdek ik net dat er een jonge kauri dwars door de hut groeit waar ik bij verblijf en nu zit te schrijven. Hij groeit in de wortelstam van een hele oude. Een deel van de hut is weggezaagd voor dat boompje.

Te late spijt voor het koloniale verleden regeert dit land. De kauri-stammen werden als ze werden gekapt op allerlei ingewikkelde manieren afgevoerd via geforceerde vloedstromen, treintjes, ossen etc. Ze verspreiddden zich in de regio, werden over zee afgevoerd naar Auckland voor verdere verwerking. Hun sporen bleven. In een stam het kokertje van Ton. Onherroepelijk zal het ooit de vrijheid kiezen. Net als de Kauristammen zal het eens met een waterstroom wegdrijven. Tenminste als het plastic de kauriresten overleeft. Maar wellicht grijpt ook iemand anders eerder in zo'n diep gat.

Geforceerde vloedstromen werden onder andere veroorzaakt door het openzetten van dammen die door de ruige boswerkers werden gebouwd. Deze dammen konden enkele malen worden gebruikt. Ze bestonden uit hout en kabels. Door een blokkering weg te halen kon het water vrij stromen. Deze vooral na heftige regenval opgeroepen stromen namen de kolossale boomstammen mee die in de rivierbedding klaarlagen. Soms kwamen in zo'n campagne 2000 boomstammen aan in het grondstation. Op mijn route vond ik een van de oude kabels terug. Hij bleek te bestaan uit een hennepkern met daaromheen gedraaid ijzerdraad. Door deze uit te pluizen kon ik een stuk hennep blootleggen dat ik heb meegenomen. Dit stukje heb ik weer uitgevlecht in een stuk gras.

Op een gegeven moment kwam er een einde aan de eindeloze stroom Kauri's. Net als nu in de amazone nog gebeurt bleef er niet veel meer dan kaal land over. Overigens droegen ook grote branden bij aan het verloren gaan van de bossen. Een van de branden zou zijn aangesticht door een ontslagen boswerker ( Racehorse Jack, in 1888) waarbij drie dammen en een groot deel van het bos in de buurt van het Billygoat basin verloren ging. Dit beeld is verwerkt in het schilderij van dit tegenvoetspoor.